Advertentie
Column Mitchell van der Koelen – Een plannetje

Column Mitchell van der Koelen – Een plannetje

Ik zou liegen als ik zou ontkennen dat ik jaloers ben op autojournalisten van een aantal generaties voor mij. Dit heeft te maken met het tijdperk waarin zij en ik zijn begonnen met het werken met auto’s. Voor een liefhebber pur sang als ikzelf is het schrijven over auto’s en het rijden in de nieuwste modellen natuurlijk heerlijk. Maar hoe heerlijk moet dat vroeger geweest zijn? Dat vraag ik mijzelf geregeld af. Nog veel mooier, zo concludeer ik. Maar ik heb een plannetje.

Als rasechte petrolhead haal ik natuurlijk genoegen uit ieder stukje automobiele informatie. Ik reageer dikwijls fnuikend tegen mensen van een oudere generatie die menen dat vroeger alles beter was, maar autojournalisten… dat is een ander verhaal. Vroeger was hun beroep écht beter. Ik herinner mij nog goed de autobrochures en automagazines van vroeger. Pk’s, topsnelheden, acceleratiecijfers; het stond er vol mee. Hier en daar werd en passant nog even vermeld dat de auto ook zuinig was dankzij toepassing van de nieuwste techniek, maar daar hield het bij op. Pak er maar n’s een oude brochure bij: je zult tevergeefs zoeken naar termen als “energielabel”, “CO2 uitstoot” en moderne innovaties als automatische start/stopsystemen en regeneratie van de remenergie.

Zoals je jongere broertje of zusje dat jouw ouders verwijt dat jij vroeger altijd meer kreeg/mocht, zo kijk ik naar collega’s van eerdere generaties. Die hebben nog écht automobiele heerlijkheid meegemaakt in een tijd waarin the sky the limit was. Ik heb een (ongetwijfeld hevig geromantiseerde) voorstelling in mijn hoofd van vroegere autojournalisten die allemaal als een soort Jeremy Clarksons heftig driftend uitschreeuwden hoe snel en bruut alles wel niet was. En dan voel ik mij ineens een gemuilkorfd beest omdat ik rekening moet houden met de tijdsgeest waarin zelfs merken als Ferrari en Lamborghini prat gaan op hun gereduceerde uitstoot. Ik krijg er een soort Calimero neigingen van. Maar dan denk ik ineens aan de toekomstige autojournalisten aan wie ik (hopelijk pas over een aantal decennia) de pen zal overdragen. Die zullen helemaal niet meer schrijven over pk’s, topsnelheden en acceleratiecijfers, want tegen die tijd zijn alle auto’s gelijk en worden zij duurzaam voortgedreven en automatisch bestuurd door sensoren in het wegdek.

Dus zo slecht heb ik het eigenlijk nog niet. Deze constatering brengt mij overigens wel op een plannetje. Ooit, in de redelijk verre toekomst, wil ik een sportauto aanschaffen en daarbij zo veel mogelijk brandstof. Belangrijk is daarbij dat de auto in absolute concoursstaat wordt gehouden en de brandstof niet eh… bederft of iets degelijks. Enfin, laten wij even vooropstellen dat dit wel gaat lukken. Dan ben ik er nog niet over uit of ik dit fraais helemaal voor mijzelf wil houden of het wellicht wil commercialiseren. Hoe gaaf zou het namelijk zijn als je anno 2050 nog een kekke sportwagen in de garage hebt staan inclusief brandstof voor een rondje de wereld om? En dat dan terwijl iedereen rond wordt gereden in elektrische (of iets dergelijks) karretjes waarover je zelf geen controle meer hebt. Een psycholoog zou nu wellicht oordelen dat ik bang ben voor de veranderingen die in autoland onvermijdelijk gaan komen. Die psycholoog zou nog gelijk hebben ook. Ik ben pas 26 jaar oud en nog niet eens goed en wel begonnen aan mijn carrière maar word af en toe badend in het zweet wakker uit een nachtmerrie dat ik de beste tijden in autoland hopeloos heb gemist. Ach ja, misschien kan ik in 2050 aan de nieuwe generatie vertellen dat ik nog in auto’s heb gereden. En misschien, heel misschien, kan ik hen dan zelfs het geluid laten horen van zo’n vreemd voertuig dat werd aangedreven door een verbrandingsmotor en een brandstof die zij alleen nog maar kennen uitwat tegen die tijd door moet gaan voor een magazine: benzine.

Gerelateerde artikelen

Gerelateerd autonieuws

Deel dit bericht:

Advertentie