Afbeeldingen








Special – de historie van Aston Martin
Aston Martin geldt sinds 1914 als een toonaangevende producent van kostbare sportwagens. De producten van Aston Martin worden gewaardeerd om hun prestaties, Britse signatuur en exclusiviteit. Sommige modellen hebben zelfs een mythische status bereikt, zoals de DB5 die als dienstwagen van James Bond roem vergaarde. Maar de geschiedenis van Aston Martin kent ook moeilijke periodes. In dit artikel wordt de turbulente geschiedenis van Aston Martin beschreven.
De herkomst van de naam.
Aston Martin is in 1914 opgericht door Robert Bamford en Lionel Martin. De eerste auto van Aston Martin werd gebouwd met behulp van de Italiaanse carrosserie- en motorenbouwer Isotta Fraschini. Het eerste succes van Aston Martin werd geboekt toen Lionel Martin tijdens een race op de Aston Clinton Hillclimb een zege boekte. Deze zege vormde de basis van de naam van het merk: Martin won zijn eerste race in Aston Clinton, vandaar de naam Aston Martin.
De onrustige tijden van een jong merk.
In 1915 werd de eerste officieel geregistreerde auto door Aston Martin gebouwd, maar een snel vervolg kreeg dit niet: door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lag de productie van Aston Martin namelijk lange tijd stil. Na de Eerste Wereldoorlog blies graaf Louis Zborowski het merk nieuw leven in, maar dat wierp niet direct zijn vruchten af. Mede-oprichter Robert Bamford verliet in 1920 het bedrijf, waarna de activiteiten van het Britse merk beperkt bleven tot het –overigens succesvol- verbreken van diverse snelheids- en duurrecords. In 1924 gaf ook Lionel Martin er de brui aan en zo kwam er na tien jaar al een einde aan Aston Martin in zijn originele hoedanigheid. De jaren daarop waren uiterst rommelig. Verschillende eigenaren kregen het merk niet van de grond, hoewel er enige racesuccessen werden behaald. In 1931 bevond Aston Martin zich op de rand van een faillissement. Lance Prideaux-Brune en Gordon Sutherland durfden de gok te wagen en namen Aston Martin over. Om het bedrijf winstgevend te krijgen, werd er afscheid genomen van de dure racerij en richtte het merk zich op de consumentenmarkt.
Nieuwe eigenaar krijgt het merk van de grond.
Ondanks de nieuwe strategie wisten ook Prideaux-Brune en Sutherland het kwakkelende Aston Martin niet aan mooie cijfers te helpen. Bovendien hielp het niet dat de wereld werd getroffen door opnieuw een oorlog, de Tweede Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog wisselde het merk voor de zoveelste keer van eigenaar. Dit keer was het Sir David Brown, eigenaar van tractorfabrikant David Brown Limited. Na zijn overname nam Aston Martin direct het merk Lagonda over (1947), dat sportauto’s en motorfietsen produceerde. De naam Lagonda staat tot op de dag van vandaag nog in de officiële naam van Aston Martin (Aston Martin Lagonda Limited). In 1954 werd een echte mijlpaal bereikt: de koop van een nieuwe fabriek betekende de geboorte van de DB1. “DB” staat uiteraard voor de initialen van David Brown. Ook die naam wordt tegenwoordig nog gebruikt in de modellen van Aston Martin en dus mag Brown met recht een sleutelfiguur in de historie van het merk worden genoemd. Na de DB1 volgde de BD2 en vervolgens keerde Aston Martin in 1957 met de DB3 terug in de racerij.
Toch bleef de door de vorige eigenaren ingeslagen koers grotendeels behouden. Het bouwen van auto’s voor het gebruik op de openbare weg bleef de grootste prioriteit binnen Aston Martin. De DB4 in 1958 en met name de DB5 in 1964 brachten Aston Martin in dat opzicht definitief op de kaart. De Aston Martin DB5 is uitgegroeid tot een iconische wagen en was de eerste Aston Martin die fungeerde als “Bond car” en tevens door velen betiteld als meest memorabele aller tijde. Mede dankzij zijn rol in meerdere James Bond films, is de Aston Martin DB5 tegenwoordig uitgegroeid tot een populair en kostbaar collectors’ item.
Oude taferelen.
Ondanks het succes van de modellen die in de jaren ’50 en ’60 werden geintroduceerd, kon Aston Martin niet het hoofd boven water houden: begin jaren ’70 kende het merk financiële problemen en wisselde het tweemaal van eigenaar. In 1972 werd Aston Martin overgenomen door Company Developments. Deze investeerder wist zich geen raad met de strenger wordende milieu-eisen en deed het bedrijf weer van de hand zodat het in 1975 werd overgenomen door het Amerikaanse duo George Minden en Peter Sprague. Zij waren verantwoordelijk voor de introductie van de V8 Vantage in 1977. Onder hun bewind debuteerde in 1977 ook de eerste Aston Martin cabriolet: De V8 Volante. Hoewel het hen succes bracht, wilden Minden en Sprague meer. Zij wilden aantonen dat zij een echte supercar konden bouwen, de Bulldog. De Bulldog was qua styling de voorbode van de Lagonda. De Lagonda was een voor die tijd zeer futuristische en nogal onconventionele sedan. De Lagonda bleek een te grote gok voor Aston Martin en wederom wisselde het bedrijf meerdere malen van eigenaar totdat het in 1984 werd gekocht door Victor Gauntlett en Tim Healy. Voor het echte kapitaal zorgde Ford, dat in 1987 voor 75% mede-eigenaar werd van Aston Martin. In 1993 werd Ford volledig eigenaar van Aston Martin en schaarde het merk in haar Premier Automotive Groep, dat op dat moment verder bestond uit Volvo, Jaguar en LandRover.
Stabiliteit dankzij Ford.
Met Ford achter de schermen was Aston Martin eigenlijk voor de eerste keer in haar bestaan verzekerd van langdurig kapitaal. Er werd dan ook flink geïnvesteerd in nieuwe fabrieken (de huidige thuisbasis Gaydon) en modellen. De V8 en Virage (die eerste wist James Bond weer te verleiden) volgden en in 1993 keerde de naam DB weer terug met de DB7, die fungeerde als, in zoverre dat bij zo’n exclusief merk mogelijk is, volumemodel. Het geld van Ford maakte het mogelijk dat Aston Martin flink aan status won. Ook werd een terugkeer in de racerij bewerkstelligd. Eind jaren ’90 en aan het begin van de 21e eeuw introduceerde Aston Martin een reeks aan nieuwe modellen. Nog niet eerder zette Aston Martin een modelaanbod met zo veel eigen identiteit neer: er is sprake van een duidelijke verwantschap van onderlinge modellen en het merk heeft een plek op de markt verworven met krachtige sportwagens die tevens een toonbeeld zijn van Engelse luxe.
Toch weer een nieuwe eigenaar.
Toch heeft het huwelijk tussen Ford en Aston Martin niet al te lang geduurd. Ondanks dat Ford de geldkraan riant opendraaide, was het Amerikaans-Duitse moederconcern van mening dat er van dat geld te weinig terugkwam. In 2007 werd Aston Martin verkocht aan David Richards, eigenaar van Prodrive. Richards is bekend als oud-teambaas van het F1 team van Benetton en later Renault. Momenteel heeft Richards plannen om met een eigen team terug te keren in de Formule 1, hoewel dat niet zonder slag of stoot lijkt te verlopen. Of Richards de juiste man is om Aston Martin naar langdurige successen te leiden, zal in de toekomst moeten blijken. Hedendaags (2011) heeft Aston Martin echter een relatief breed programma met diverse sportief-luxe coupé’s en cabrio’s, allen voorzien van V8 of V12 motoren. Daarnaast staat het merk op het punt om nieuwe segmenten aan te boren met de supercar One-77 en de vierdeurscoupé Rapide.